Algemene informatie

Onderzoeken

Onderzoeken

Behalve een goede observatie en bewaking voeren we altijd een aantal onderzoeken uit. Hieronder benoemen we enkele hiervan:

Echo

In de eerste dagen na de geboorte wordt regelmatig een echo gemaakt om de hersenen van het kind in de gaten te houden. Het is hetzelfde apparaat dat tijdens de zwangerschap ook gebruikt is om beelden van het kind in de buik te maken. Een echo werkt met geluidsgolven: het apparaat zendt geluid uit, de geluidsgolven weerkaatsen en worden omgezet in beelden. Echo- onderzoek gaat via de fontanel en is voor het kind volkomen pijnloos.

Rontgen

Met een röntgenapparaat kunnen afbeeldingen van het inwenige van het lichaam worden gemaakt. De straling dringt makkelijk door zachte weefsels heen, maar niet door botweefsel. Zo blijven botten op de film licht, luchthoudend (long)weefsel wordt donker afgebeeld, omdat het veel straling doorlaat. Bloed, vet, spieren en organen krijgen een tussentint. De röntgentechniek wordt gebruikt om de longen, het hart en de botstructuur van het kind te controleren.

ECG

Een electrocardiogram is een hartfilmpje. Het registreert de electrische activiteit van de hartspier en geeft informatie over een mogelijk hartgebrek of hartritmestoornissen

Bloedafname

Er zal regelmatig bloed worden afgenomen om de toestand van uw kind te beoordelen en te optimaliseren

gehoorscreeningGehoorscreening

Tijdens het verblijf van uw kind op onze Neonatale Intensive Care Unit (NICU) zal het gehoor worden gescreend. Vraag aan de verpleegkundige wanneer de test wordt gedaan en of hij/zij u van de uitslag op de hoogte wil brengen.

Waarom gehoorscreening vlak na de geboorte?
Aangeboren gehoorverlies komt bij 1 op de 1000 gezonde pasgeborenen voor. Bij 'NICU-kinderen' komt gehoorverlies vaker voor: 2 op de 100. Gehoorverlies bij kinderen is gemakkelijk over het hoofd te zien want jonge kinderen geven niet aan dat ze slecht horen.

Een gehoorgestoord kind ondervindt problemen met de spraak- en taalontwikkeling omdat het leert praten door te horen en te luisteren. De meest kritische periode voor taalontwikkeling loopt vanaf de geboorte tot het derde levensjaar. Het is dan ook belangrijk een aangeboren gehoorverlies zo vroeg mogelijk op te sporen en te behandelen. Hierdoor krijgt het kind optimale ontwikkelingskansen.

Hoe kan het gehoor worden gescreend?
Vlak na de geboorte is het mogelijk op eenvoudige wijze het gehoor betrouwbaar te screenen met de ALGO-gehoortest. Uw baby krijgt zachte geluiden gepresenteerd via oorschelpen. Drie plakelektrodes vangen signalen op van de hersenen die automatisch worden geanalyseerd. De ALGO geeft direct een uitslag: pass of refer. Pass betekent dat de kans op een afwijkend gehoor heel klein is. Refer geeft aan dat er kans is op een gehoorstoornis. Verder onderzoek is dan absoluut noodzakelijk.

Hoe lang duurt de screening?
De screening kan het best worden verricht als het kind slaapt of in rust is, bijvoorbeeld vlak na een voeding. Na vijf tot tien minuten is de test voltooid. De test is niet belastend en niet pijnlijk. De meeste kinderen slapen tijdens de test.
Is er een aangeboren vorm van gehoorverlies die in de familie voorkomt, meldt dit dan aan uw arts of aan de verpleging.

Wat gebeurt er met de gegevens van uw kind?
De gegevens van dit onderzoek worden verzameld door TNO Preventie en Gezondheid. Dit betreft de uitslagen van de screening en de eventuele vervolgonderzoeken. Een en ander is vastgelegd in een privacyreglement dat kan worden opgevraagd bij TNO-PG, divisie Jeugd, postbus 2215, 2301 CE Leiden.

Voor aanvullende vragen kunt u terecht bij een van de audiologieassistentes van het Audiologisch Centrum, telefoonnummer 043-387 75 94 (secretariaat). U kunt uw vragen stellen aan de verpleegkundige die betrokken is bij de gehoorscreening op de NICU, telefoonnummer 043-387 42 03

de folder :gehoorscreening

Hielprik

PKU hielprik

De hielprik wordt bij alle pasgeborenen gedaan, liefst op de vierde levensdag. Bij deze prik worden enkele druppels bloed afgenomen uit de hiel van uw baby. Dit bloed wordt onderzocht op een aantal zeldzame afwijkingen.
In de eerste week na de geboorte wordt een beetje bloed uit de hiel onderzocht op een aantal zeldzame maar ernstige aandoeningen. Deze aandoeningen zijn niet te genezen maar wel goed te behandelen bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Tijdige opsporing van deze aandoeningen kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling voorkomen. Naar schatting wordt met de hielprik jaarlijks 177 kinderen met één van deze ernstige aandoeningen tijdig opgespoord.
 
Wanneer
De afnameperiode van de hielprik strekt zich uit van 72 tot 168 uur na de geboorte. In geval van een gelijktijdige uitvoer van gehoorscreening (mag vanaf dag 4) en hielprik vindt deze dus vanaf dag 4 plaats.
 
Welke aandoeningen
Het bloed van de hielprik wordt onderzocht op zeventien verschillende aandoeningen. Het gaat om een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier, een bloedziekte (sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste daarvan zijn erfelijk. Ze komen gelukkig niet vaak voor.Op 1 januari 2007 is de hielprikscreening uitgebreid met onderzoek van 3 naar 17 aandoeningen. Hiervan is tijdelijk de screening op één ziekte, tyrosinemie type 1, opgeschort totdat er een betere test beschikbaar is.
Screening op Cystic Fibrosis (CF) is nog niet in het hielprikprogramma opgenomen. In een proefproject worden kinderen die vanaf 1 januari 2008 zijn geboren in de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Utrecht onderzocht op deze ziekte. CF komt voor bij één op de 4000 pasgeborenen in Nederland voor en is daarmee een van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen. 

Meer informatie vindt U op: http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Brochures/Preventie_Zorg_Ziekte/Hielprik/Screeningen_bij_pasgeborenen_incl_vertalingen

ROP screening

ROP staat voor retinopathie of prematurity (prematurity staat voor te vroeg geboren). Retinopathie is een aandoening van het oog-/netvlies die mogelijk kan optreden bij te vroeg geboren kinderen.In het netvlies treedt er een verstoring op van de uitgroei van normale bloedvaten.Dit kan leiden tot afwijkende bloedvaten, anders gezegd vaatnieuwvorming.
Deze kunnen aan het netvlies trekken, waardoor dit uiteindelijk plaatselijk of geheel los kan laten. Bij een zwangerschapsduur van 38 tot 40 weken is de uitgroei van de bloedvaten van het netvlies voltooid.

Te vroeg geborenen hebben nog onrijpe netvliesvaten, waarvan verdere uitgroei verstoord kan worden.

Mogelijke factoren waardoor retinopathie kan ontstaan :
- De belangrijkste factor is de zwangerschapsduur. Hoe korter de zwangerschap, hoe groter de kans op retinopathie.
- Het geboortegewicht.
- Het aantal dagen en de wijze waarop (met of zonder kunstmatige beademing) zuurstof wordt toegediend.
- Het eventueel optreden van een ademstilstand.
- Ernstige algemene infectie, met hoge koorts.

Retinopathie ontstaat meestal in de vijfde tot de zevende week na de geboorte.
In deze periode wordt de ROP screening gedaan.

Het onderzoek
De ROP screening is een pijnloos en ongevaarlijk onderzoek. Voordat het daadwerkelijke onderzoek plaatsvindt, worden eerst de pupillen maximaal wijd gemaakt door middel van oogdruppels. De oogdruppels worden een half uur voor het
onderzoek, drie keer om de tien minuten, in de oogjes gedruppeld.
Ook dit is niet pijnlijk. Daarna wordt er door de oogarts gekeken hoe de toestand van het netvlies is.